Profiel
Vrijheid (In gebondenheid)
Vrijheid en verantwoordelijkheid zijn van essentieel belang om je te kunnen ontplooien. Een kind moet leren deze verantwoordelijkheid voor wat het met zijn vrijheid doet te hanteren. Binnen een afgesproken kader (gebondenheid) zijn de leerlingen vrij in hun keuze van opdrachten, de volgorde van werken aan opdrachten en het moment dat ze uitgevoerd worden. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor de tijdsduur en de kwaliteit van het werk. Daarnaast heeft een leerling de vrijheid te kunnen samenwerken met een medeleerling.

Het zelfstandig leren zien we als één van de belangrijkste leerwegen van een leerling. De leerkracht heeft dan ook uitdrukkelijk een begeleidende rol in het zelfstandig leren werken.
Zelfstandigheid
De zelfstandigheid heeft een vaste plek gekregen binnen ons onderwijs. Veel opdrachten moeten zelfstandig bekeken en gemaakt worden. Afhankelijk van de opdracht wordt er vooraf instructie gegeven. Daar waar mogelijk heeft het werk een vorm van zelfcorrectie om de zelfverantwoordelijkheid te bevorderen. Als er meer verantwoordelijkheid wordt gegeven, krijgt de leerling meer mogelijkheden om zelfstandig te werken. Hoe zelfstandiger de leerling, hoe meer verantwoordelijkheid hij kan dragen.

De Zelfwerkzaamheid dient het leren leren te bevorderen. Het zoeken naar probleemoplossingen en het zich eigen maken van denkgewoonten staan centraal.
Samenwerken
Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen "samen werken" en "samenwerken". Dalton legt de nadruk op het laatste. In de maatschappij is werken in teamverband belangrijk. Dagelijks moet een mens samenwerken met andere mensen, die hij/zij niet altijd zelf heeft gekozen. Daarom is het goed dat op jonge leeftijd kinderen al geleerd wordt met anderen samen te werken.

In de praktijk betekent dit dat:
  •  De leerlingen elkaar helpen middels het stellen van vragen.
  •  De leerlingen samen zoeken naar een oplossing voor een bepaald probleem.
  •  De leerlingen samen werken aan een opdracht.
  •  De leerlingen elkaar aanvullen en helpen op basis van sterke en zwakke punten in de leervorderingen.
Werken met taken
Het werken met taken is ook een onderdeel van ons Daltonsysteem. Al in de kleutergroepen wordt voor het eerst kennis gemaakt met deze activiteit. Op een duidelijk visueel taakbord kunnen de leerlingen zien welke taak voor de week gepland staat. Hierbij moet u denken aan een knip- en plakopdracht, werken in de bouwhoek, werken in de stempelhoek met cijfers en letters e.d. Het aantal taken per week kan in de loop van het schooljaar uitgebreid worden naar 2 a 3 opdrachten. Heeft een leerling een taak af, dan mag hij/zij een magneet in de kleur van de dag (bijvoorbeeld:maandag = blauw) achter zijn/haar naam plakken. In groep 3 wordt het takenbord gebruikt om aan te geven welke vakken er per dag aangeboden worden. Vakken als taal en rekenen zal u iedere dag hierop kunnen vinden, maar bijvoorbeeld het vak muziek wordt 1 x per week aangeboden. Ook hier geldt: taak afgerond?....Magneet achter je naam plaatsen. Naast de "gewone" lestaken kunnen kinderen ook nog werken aan wisselende taken, bijvoorbeeld: oefenen op de computer, een knutselopdracht maken. Vanaf groep 4 tot en met groep 8 wordt er naast het takenbord gewerkt met een dagtaakformulier. De leerlingen nemen aan het begin van de dag de taak over van het bord. Hebben zij een taak afgerond dan kleuren zij het desbetreffende vak op het formulier in met de kleur van die dag. In de bovenbouw worden deze dagtaken uitgebreid met weektaken. De dagtaakformulieren worden iedere vrijdag mee naar huis genomen. Ouder(s)/verzorger(s) hebben op deze manier wekelijks een overzicht van de activiteiten van hun kind(eren) en - eventuele - extra informatie die de leerkracht geeft. Ook is er ruimte voor de ouder(s)/verzorger(s) om te reageren. Zo is er wekelijks contact tussen het thuisfront en de school.